Pierre Bokma

Pierre Bokma (1955) speelde de rol van de Nar in 1990 met Ton Lutz in de titelrol bij Toneelgroep Amsterdam.

U heeft de Nar gespeeld, één van de meest veelbesproken personages in het werk van Shakespeare. Hoe heeft u dat aangepakt?
“Je moet de Nar beschouwen als een onderdeel van Lear. Als zijn derde oog, zijn zesde zintuig. Hij vormt een twee-eenheid met Lear. Je kan de ouderwetse Nar spelen, de clown die aan het hof verschoond was van straf als hij een scherpe opmerking maakte tegenover een heerser. Een gepriviligeerde clown. Maar dat is deze Nar niet volgens mij. De Nar is degene die alle pijn van Lear opvangt en probeert af te voeren. Als een soort pomp die het overtollige water probeert weg te pompen. En Lear probeert te waarschuwen voor wat hem onvermijdelijk te wachten staat.”

Waarom verdwijnt de Nar halverwege uit het stuk?
“Omdat Lear hem dan niet meer nodig heeft. Omdat God zelf het heeft overgenomen. De hele natuur verzet zich dan tegen het onrecht dat Lear is aangedaan, en tegen zijn halstarrigheid. Hij wil niet inzien dat hij de wereld niet kent, en dat hij eigenlijk het dierbaarste wat hij heeft vergooit. Lear raakt zijn verstand kwijt, zoals meer personages van Shakespeare overkomt. Denk aan Hamlet en Ophelia. Zijn hersens worden een botanische tuin. Tegen Gloucester begint hij te praten over allemaal planten en kruidensoorten. Als je die noemde, wist men in de tijd van Shakespeare welke ziekte er mee bedoeld werd: elke plant stond voor een bepaalde aandoening. Daarmee kon je in heel weinig woorden de staat van een personage typeren. Er is ooit zelfs een prachtig boekje over geschreven, de kruidologie in het werk van Shakespeare.”

Blijft er genoeg van Shakespeare over als je zijn stukken vertaald?
“Als je het werk goed vertaald, zeker. Dan blijft het briljante van Shakespeare overeind. Zijn zinnen zijn zo prachtig, zo to the point. Als je dat goed vertaalt, blijft de betekenis overeind.”

Legt het spelen van Shakespeare extra druk op de schouders van een acteur, juist omdat de stukken al zo vaak zijn opgevoerd?
“Als er druk is, denk ik dat dat alleen voor de grote stukken geldt. Maar juist omdat het al zo vaak gedaan is, hoef je je geen zorgen te maken. Je intuïtie leidt je wel, en zegt je hoe je het wel of niet moet doen. Je moet dan overigens wel kennis hebben van zijn werk, en de sleutel bezitten tot zijn schatkamer. Je moet iets weten van zijn schrijfstijl, en hoe hij de verschillende oneffenheden in het menselijk zijn en denken omschrijft en aanpakt. Je moet zijn humor, zijn moraliteit en zijn valkuilen snappen. En in die enorme schatkamer is het vervolgens altijd de vraag wat je nodig hebt om het personage goed te spelen. Je voelt je elke keer weer een kind, dat aan het begin van een fascinerende leerperiode staat.”

Volgens uw collega en vriend Gijs Scholten van Aschat kan een acteur elk stuk aan als hij Shakespeare goed heeft gespeeld.
“Dat klopt, behalve Tsjechov. Omdat dat zulke andere koek is. Tsjechov is verraderlijk, in positieve zin. Shakespeare is hermetisch: al zijn scenes zijn prachtige, amandelvormige eilanden die elke keer weer een inzicht bieden over hoe de wereld in elkaar steekt. Met Shakespeare kan je als acteur bijna alles doen wat je wilt, dat kan bijna niet fout gaan. Het is ook niet erg als twee acteurs twee totaal verschillende speelstijlen gebruiken, daar is de tekst tegen bestand. Tsjechov is dat niet: als twee acteurs in één stuk in verschillende stijlen spelen, begrijp je er niets meer van.”

Acteur Mark Rietman, die nu bij Het Toneel Speelt de rol van Lear vertolkt, is 52. Is hij te jong voor die rol?
“Veel te jong. Maar er zijn natuurlijk maar heel weinig acteurs van 82 die zo'n zware rol nog aan kunnen. Ton Lutz was destijds 73. En hoe je het ook wendt of keert, hoe ijdel je het misschien ook vond dat hij speelde: hij speelde de rol wel met een genadeloos besef van zichzelf en zijn eigen leeftijd. De wijsheid die de rol van Lear vereist, het besef van de consequenties van wat hem overkomt, is volgens mij aan leeftijd gebonden. Maar daar voeg ik wel meteen aan toe dat excellent goede jongere acteurs, zoals Mark, de rol absoluut wel mogen en kunnen spelen. Misschien mis je dan een bepaalde laag van wat Shakespeare heeft bedoeld met de rol. Maar het is wel ontzettend knap als een jonge acteur toch weet te overtuigen als de oude Lear. Dat dwingt dan toch diep respect af. Ik zeg er ook direct bij dat ik Mark heel erg hoog heb zitten. En dat hij zoveel kwaliteiten heeft, dat ik er niet aan twijfel dat hij daar zeker een oplossing voor gaat vinden. Ik kijk daar met heel veel positieve spanning naar uit.”

© Het Toneel Speelt