Over onze Nederlandse versie

Over onze Nederlandse versie, over taal en thema’s in King Lear 
door Ronald Klamer

De laatste weken heb ik met Jaap Spijkers (regisseur) en Mark Rietman (Lear) intensief gewerkt om een heldere en een zo kloppend mogelijke versie van King Lear te maken. Samen lezen is de beste manier om fouten (door mij gemaakt) op te sporen en de muzikaliteit van een tekst te verbeteren. Muzikaliteit en betekenis zijn vaak synoniem. We noemen het een versie en geen vertaling, omdat we ons voor de voorstelling baseren op een mooie vertaling van Evert Straat uit 1969. De vertaling van dr. L.A.J. Burgersdijk (1885) bleek een verrassend betrouwbare gids, omdat hij Shakespeare nauwgezet volgt, in zeer mooi Nederlands.  Aan de basis van onze Nederlandse versie staat de Arden Shakespeare uit 1997, een zorgvuldig geannoteerde uitgave van het complete oeuvre van Shakespeare.  

Shakespeare was zelf een acteur

Er zijn de afgelopen honderd jaar nogal wat vertalingen van King Lear gemaakt, maar ze mankeren allemaal iets. Natuurlijk, ieder op zich hebben ze kwaliteit. Soms zijn ze briljant en word je verrast door prachtige oplossingen voor lastig vertaalbare passages. Maar, met Hugo Claus als grote uitzondering, de meeste toneelvertalers zijn geen theatermensen. Zij denken in lezen. Onze versie gaat over spelen. Dat is het verschil. Shakespeare is misschien ook dáárom de grootste toneelschrijver, omdat hij zelf acteur was en wist wat toneelspelen is.  

Shakespeare is een tijdgenoot

Het verhaal over Lear is ontleend aan een aloude mythe. Shakespeare (1564-1616) zet het verhaal naar zijn hand en speelt met de actualiteit van zijn tijd. Zou hij bij het schrijven van dit meesterwerk er rekening mee hebben gehouden dat het zou worden opgevoerd voor de koning? We weten het niet. In ieder geval komen zij die in het stuk trouw blijven aan de koning, er goed van af. Shakespeare schrijft het stuk in de tijd van de reformatie, de opkomst van het protestantisme. De bijbel, net als in Nederland overigens, werd door het volk ontdekt en in het Engels gelezen. Het latijn klonk niet meer in de meeste kerken. Gelovigen in Engeland werden opgevoed met de Geneefse bijbel (1560), de voorloper van de King James bijbel (1611), en 'The Book of Common Prayer' (1549). De taal, die dagelijks in de altijd volle kerken klonk, de schoonheid van de formulieren, de theatrale zeggingskracht, heeft een grote invloed gehad op de taal van Shakespeare, die uiteindelijk eeuwen met elkaar verbindt en van hem een tijdgenoot maakt.

Die man kan scènes schrijven

Shakespeare's stukken zijn zo toneel als toneel maar zijn kan. Wat kan die man scènes schrijven (lees het essay van Willem Jan Otten hierover op onze website) en wat is Shakespeare een groot mensenkenner en een diepe denker. Hij is niet bang om het morele vraagstuk te verbinden met de vraag waartoe wij mensen hier op aarde zijn. Lear wordt van een tirannieke koning een onheilsprofeet die de mensheid waarschuwt dat de waarheid een leugen is en dat mensen ziende blind zijn en horende doof. Dat het in ons korte leven niet om opsmuk en pronkzucht gaat. Wie is Lear dat hij dat mag zeggen?

Shakespeare pakt zijn thema bij de strot en laat niet meer los. King Lear is een monumentaal stuk en dat vraagt om groots theater.  

Amsterdam, april 2012

© Het Toneel Speelt