Publiek is niet achterlijk

Door Cees van Hoore

Wat is de functie van de kunstkritiek? Critici en bekritiseerden slaan van zich af in 'Lik op stuk'. Vandaag: artistiek directeur Ronald Klamer van 'Het Toneel Speelt: „Ik erger me soms ook aan goede recensies." 

Ronald Klamer vindt de theaterkritiek onmisbaar maar heeft kritiek op de hand over hand toenemende meninkjes-cultuur. Na de try-out van het stuk ‘Ik ben weg’, vorige week in de Stadsschouwburg Velsen, vroeg hij naar de mening van het publiek. 
„Als het publiek naar een voorstelling gaat, heeft het eigenlijk al op voorhand plezier. Als een voorstelling je niets lijkt, ga je er sowieso al niet naar toe. De recensent heeft dat natuurlijk niet. Die moet vijf keer per week naar het theater, en dan vooraf nog een uur in de file zitten. Hij moet leuke stukjes schrijven. Tijd om zijn verhaal goed op te bouwen, krijgt hij vaak niet en dan gaat hij snel door de bocht. Je ziet dat ook in de kunstkritiek het consumentisme heeft toegeslagen. Alles moet worden opgeleukt tegenwoordig. Men komt niet toe aan een gedegen meningsvorming. Willem Jan Otten, die over toneel schreef in Vrij Nederland, had soms stukken van een hele pagina. Heerlijke stukken om te lezen waren dat. Scherp, analyserend, goed geschreven." 
„Peter Liefhebber van De Telegraaf. Dat is ook een kanjer, hij verstaat zijn vak en is er met liefde en aandacht mee bezig." 

Als u een goede recensie krijgt, dan klaagt u niet. Zo zit het toch een beetje?

„Nee, hoor, ik erger me soms ook aan goede recensies. Als ze echt over de top gaan. Dat zijn vaak van die correcte recensies die voldoen aan de heersende smaak. Als het een van mijn voorstellingen betreft denk ik: ho, ho, het mag best een beetje minder. Maar ik mag niet kla-gen en vooral niet zeuren. Het mooiste is het als iemand iets opmerkt dat je zelf nog niet had gezien. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, maar die van de recensent zeker ook. Het is natuurlijk fijn als je een goede recensie krijgt. Je buren lezen die, je vrienden. Dan kun je toch met opgeheven hoofd over straat en hoef je niet weg te duiken in een portiek. Het stimuleert de kaartverkoop. Als het goed is, levert zo'n recensie ook voor jezelf wat op. De kunst bestaat immers bij de gratie van de kritiek. Het discours tussen kunst en kritiek is heel belangrijk. Echt intelligente stukken lees ik te weinig. Soms wil men zelf schitteren, wat ze zien komt op de tweede plaats. Waar ik echt een hekel aan heb, is die zogenaamde memnkjescultuur hier. Iedereen heeft hier een column met een meninkje."

U hebt in de nazit van de try-out in Velsen het publiek aan het woord gelaten over het stuk. Je ziet - kijk naar de Publieksprijs van de NRC - dat dat publiek ook in kritische zin steeds meer stem krijgt. Moeten we de recensent voortaan maar opsluiten in de bezemkast?

„Natuurlijk niet. Aan een kritiek die to the point is, kun je veel hebben. Maar bij try-outs laat ik het publiek na de voorstelling wel aan het woord, ja. Ik wil weten hoe een nieuw, nog nooit gespeeld stuk ,werkt en waar de zwakke en sterke plekken zitten. Als men gaat zitten schuifelen en kuchen, weet ik dat er iets niet goed zit. Het is toch een toets-steen. Vierhonderd paar ogen kijken naar zo'n stuk. Kijk, als je na een voorstelling een negatieve reactie krijgt, wint-ie het altijd van de positieve opmerkingen. Theatermakers blijven met z'n allen, heel masochistisch, aan die ene negatieve opmerking hangen. Dan zijn alle ogen gericht op Kwatta. Terwijl het maar de mening is van een meneer of mevrouw. Hoewel ik - ik zeg het nogmaals -recensies broodnodig vind, heeft het publiek een belangrijke stem. Men is niet achterlijk."

Er zijn acteurs die bij de recensenten geen kwaad kunnen doen. Niet alleen publiekslievelingen maar ook lievelingen van de recensenten.

„Ja. Anne Wil Blankers is daar een goed voorbeeld van. En het moet gezegd: ze is ook een geweldige actrice. Net als Pierre Bokma en Mark Rietman. Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok horen daar ook bij. En natuurlijk ook actrices als Ariane Schluter en Carine Crutzen zijn weergaloos. Kijk, het gaat bij theater altijd om de ontroering. De woede misschien ook, of de ergernis, die je met een stuk weet op te wekken. Als je het publiek maar bij de strot kunt pakken. En dat doe je met verschillende acteurs, verschillende ingredienten. Plat vermaak is er genoeg. Ik wil de mensen op een intelligente manier proberen te ontroeren." 

© Het Toneel Speelt