Aus Greidanus sr.

Aus Greidanus sr. (1950) is sinds 1975 verbonden aan Toneelgroep De Appel. Sinds lange tijd is hij artistiek leider. Hij speelde en regisseerde veel Shakespeare.

 

Wat maakt Shakespeare zo goed?
“Dat hij ragfijn de spiegeling van de maatschappij - dus de politieke en economische en theologische problemen - weet te koppelen aan het functioneren van de mens. Hij presenteert een röntgenfoto van zowel de mens als de maatschappij. En hij belicht de verschillende thema's middels zijn personages van heel veel verschillende kanten. Shakespeare daagt zijn publiek heel actief uit: je wordt bijna gedwongen om mee te denken met de verschillende karakters. Er zijn maar heel weinig schrijvers die zo'n gelaagdheid in hun teksten weten aan te brengen. Daarnaast heb je de poëtische kant van zijn werk: de pure kwaliteit van zijn taal, die in vier eeuwen tijd nog niets aan kracht heeft ingeboet.”

Blijft die tweede kwaliteit wel overeind in Nederlandse vertalingen van zijn stukken?
“Als je een Engelse tekst vertaald naar het Nederlands, wordt het stuk gemiddeld een kwart langer. In het Nederlands hebben wij simpelweg veel meer woorden nodig om hetzelfde te zeggen. De poëtische muzikaliteit van zijn teksten gaat ook verloren, doordat je in een vertaling eigenlijk altijd moet afwijken van zijn oorspronkelijke ritme. Dat betekent dus altijd een verschraling. Als je een Nederlandse versie maakt, moet je je erbij neerleggen dat je niet de kern kan raken zoals de Engelse tekst dat doet. Dat geldt uiteraard voor elke vertaling. Maar bij sommige schrijvers, waaronder Shakespeare, wreekt zich dat meer dan bij anderen. Dat is soms jaloersmakend. Zeker bij zijn grootste stukken.”

Welke stukken rekent u daartoe?
“Welk lijstje noem je dan... Hamlet uiteraard, Macbeth, Romeo en Julia. King Lear en De Storm maken de top 5 qua tragedies af, denk ik. Zijn grootste komedie blijft Midomernachtsdroom. En ik vind zelf dat ook Troilus en Cressida tot zijn kernstukken behoort, al is dat een van zijn minst opgevoerde stukken. In Nederland werd de voorstelling de afgelopen eeuw maar negen keer gespeeld, tegenover zo'n tweehonderd keer Hamlet.”

U heeft de hoofdrol gespeeld in talloze Shakespeare-opvoeringen. Wat is voor een acteur de grootste uitdaging in een titelrol van een Shakespeare?
“Het gaat er om dat je in het gevecht om zo'n beladen rol vorm te geven je eigen identiteit behoudt. De acteurs die echt beroemd zijn geworden met hun Hamlet, hun Lear of hun Macbeth waren mensen die dat subliem deden. Die konden de virtuositeit van Shakespeare wegspelen. Die wisten weg te blijven van 'bloody Shakespeare'. Als je dat lukt als acteur, dan word je op vleugels gedragen door de inhoud en door het voortreffelijke materiaal dat de schrijver je heeft aangereikt.”

Wat is voor de regisseur de grootste uitdaging?
“ Het is niet moeilijk om de thema's van zijn tijd te vertalen naar wat de mens op straat anno 2012 bezig houdt. Die teksten hebben niets aan zeggenschap ingeboet. Maar op wat voor manier geef je dat vorm? Laat je de teksten voor zichzelf spreken, of verander je heel bewust van alles aan de vorm? Overigens zijn Shakespeare’s tragische teksten beter tegen de tands des tijds bestand dan zijn komische teksten. Daarom is het in King Lear zo lastig om de monologen van de Nar goed te vertalen.”

Hoe komt Shakespeare anno 2012 volgens u het beste tot zijn recht?
“Veel regisseurs hebben de stukken de laatste jaren visueler gemaakt. Zij denken meer vanuit totaalplaatjes dan vanuit de tekst zelf. Ik zelf ben erg van de klassieke school. Je hebt genoeg aan een leeg toneel en een stoeltje, en de acteurs coachen via de taal de verbeelding van het publiek. Een goed voorbeeld is de monoloog van Macbeth waarin hij vertelt dat hij het bos naar het kasteel toe ziet lopen. Als een acteur die monoloog goed brengt, dan ziet het hele publiek dat voor zich. Maar als je dat letterlijk visualiseert, zoals Polanski bijvoorbeeld gedaan heeft in zijn verfilming, dan wint dat het nooit van die eigen verbeeldingskracht. Maar ik zeg er nadrukkelijk bij dat het ook een smaak kwestie is.”

Zijn er nog Shakespeare-opvoeringen die hoog op uw verlanglijstje staan?
“Wij zijn met De Appel de afgelopen tien jaar een heel andere weg in geslagen met onze Griekse marathonvoorstellingen, hoewel Herakles wat mij betreft wel de laatste is. Toch zit ik op korte termijn niet aan een Shakespeare te denken. Dat doen veel anderen in Nederland al, en heel erg goed bovendien. Wij gaan de komende tijd op zoek naar andere uitdagingen.”
 

© Het Toneel Speelt