Joyce Roodnat

Joyce Roodnat (1955) is commentator/columnist van NRC Handelsblad. Ze schreef o.a. de romans 't Is zo weer nacht en Sterrenschot en de succesvolle wandelboeken Honderd keer aan de wandel en Verder wandelen. Zij ontving verder de Louis Hartlooperprijs voor een artikelenserie over de klassieke Europese cinema.

 

Shakespeare blijft een onuitputtelijke bron. Kunt u dat verklaren?
“Zijn stukken zijn vergelijkbaar met de bijbel. Mijn tweede roman draait om twee personages. De één citeert steeds uit de bijbel, de andere citeert steeds Shakespeare, en allebei hebben ze dan steeds een punt. Het is echt zo: als je de bijbel open laat vallen op een willekeurige pagina, kom je altijd iets van je gading tegen, en hetzelfde geldt voor Shakespeare. Er staat altijd wel iets waar je je in kan herkennen, een wijsheid waar je iets aan hebt. Zijn stukken stijgen ver uit boven de waan van de dag van die tijd.”

Geldt dat alleen voor de inhoud, of ook voor de vorm?
“Wat tegenwoordig erg opvalt, is de geinigheid van zijn dialogen. Ik zag het vorige maand in Londen nog in een versie van Hamlet, The Rest is Silence van de groep ‘Dreamthinkspeak’. Mensen kunnen tegenwoordig niet meer gewoon zeggen wat ze bedoelen, maar ze formuleren alles een beetje cynisch. Om te voorkomen dat de andere partij denkt dat je naïef bent. Hamlet leende uitstekend voor die cynische benadering. Hamlet en King Lear zijn toch wel twee van zijn allerbeste stukken. En Troilus en Cressida is ook prachtig, maar die wordt helaas maar weinig gespeeld. De tekst zit vol met prachtige zinnen en het stuk heeft één van de sterkste vrouwenrollen.”

Zijn er ook dingen die u niet goed vindt aan Shakespeare?
“Als we het dan toch over de vrouwenrollen hebben: die zijn wat mij betreft over het algemeen te krap. Maar dat geldt voor de hele westerse cultuur. Hoeveel goede, memorabele vrouwenrollen heeft de theatergeschiedenis nou helemaal voortgebracht? Al zijn er natuurlijk uitzonderingen. Koningin Gertrude in Hamlet  bijvoorbeeld is een rijk gelaagd karakter.”

Overleven zijn teksten de vertaling?
“De betreurde Gerrit Komrij heeft prachtige vertalingen geschreven. En Bert Voeten ook. Het antwoord is dus: ja, de teksten overleven het doorgaans. Ik heb vorige jaar in Diever ook een Hamlet gezien. Die speelden het als een heel swingende tekst en ook dat werkte erg goed.” 

U noemde net King Lear één van zijn beste stukken van Shakespeare. Waarom?
“Omdat het over een onderwerp gaat, dat voor iedereen herkenbaar is. Iedereen is bang om oud en dement te worden. En het is één van de ergste dingen om als stervend mens een fout te maken, want dan kan je het niet meer goed maken. Nooit meer. Bij Hamlet zijn het vooral de teksten die het stuk zo universeel en tijdloos maken. Iedereen herkent zichzelf wel terug in een bepaalde zin. En veel zinnen gelden voor iedereen. Met als beroemdste voorbeeld natuurlijk 'to be or not to be'. In die versie in Londen waar ik het net over had, werd die tekst op het toneel door alle personages tegelijkertijd uitgesproken. Zodat je als kijker opeens beseft dat die zin voor alle personages geldt. Dat vond ik een mooi, wonderlijk inzicht dat ik eigenlijk nog nooit eerder heb gehad. Iederéén stelt zichzelf die vraag op enig moment in zijn leven.”

Heeft u veel uitvoeringen van Lear gezien?
“Ja, heel veel. De mooiste tot nu toe was eigenlijk een Friese versie van Jos Thie. Het was een enorm bombastische bewerking: de dochters liepen met echte, levensgrote roofvogels op hun arm rond. Heel erg over de top - maar ook dat werkt blijkbaar heel goed bij Shakespeare. Er ging een enorme dreiging van uit. Ik heb ook een keer een versie van Richard III gezien van de Belgische toneelmaker Lucas Vandervorst. Hij speelde zelf de hoofdrol en zat tot slot, bij met 'a horse, my kingdom for a horse', daadwerkelijk op zo'n enorme boerenknol. Dat was een prachtig beeld! En ook met die aanpak blijft Shakespeare prima werken. Zet dat tegenover de versie met Jan Decleir die ik ooit zag met Richard op een hobbelpaard. Het kan allebei.”

Waar verheugt u zich het meest op bij de Lear van Het Toneel Speelt?
“Ik ben altijd nieuwsgierig naar wat ze met de Nar hebben gedaan. Je kan er enorm veel kanten met hem op. Je kan hem door een bekende komiek laten spelen – Freek de Jonge of John Kraaykamp. Of juist door een heel ernstige oude man. Ik ken Fabian Jansen niet, hoe oud is die? Het lijkt me zo spannend om de Nar eens door een jonge acteur gespeeld te zien worden. Omdat het drama daar nog erger van wordt. Die Nar vertelt de waarheid, en de koning wil hem maar niet serieus nemen. Oude mensen nemen jonge mensen nooit serieus. Terwijl jonge mensen vaak juist nog zó onbevangen zijn dat ze sowieso gelijk hebben. Dat maakt de situatie des te pijnlijker. Want Lear slaat de raad in de wind en maakt een gigantische fout die hij niet meer kan herstellen. Tegen beter weten in. Want hij weet verrot goed dat hij fout zit.”

© Het Toneel Speelt