Gerardjan Rijnders

Gerardjan Rijnders (1949) was in de jaren 80 en 90 een smaakbepalende regisseur en toneelleider. Zijn invloed op het Nederlandse toneel is nog steeds merkbaar omdat nieuwe generatie regisseurs van hem het vak leren. Hij bracht diverse stukken van Shakespeare op de planken.

 

Begrijpt u waarom we de stukken van Shakespeare na 400 jaar nog zo vaak opvoeren?
“Nee, eigenlijk niet. Want Shakespeare was helemaal niet zo'n heel goede toneelschrijver. Zijn plots hangen als los zand aan elkaar. Het enige dat buiten kijf staat, is de taal: de formuleringen, de beeldspraak, de rijkdom aan woorden.”

Wat is in uw ogen het probleem met zijn stukken dan?
“Veel van zijn stukken rammelen dramaturgisch aan alle kanten, zodat je als regisseur vroeger of later in de problemen komt. Noem Macbeth of Hamlet, twee hoofdpersonen die allebei heel lang uit het stuk verdwijnen. Dat kan je als schrijver niet maken, want als publiek wil je weten wat er met die kerels allemaal gebeurt. Dat zijn schrijftechnisch heel rare keuzes. Al is het vervolgens als regisseur wel een uitdaging dat soort dilemma's toch te ondervangen.”

Komt dat wellicht doordat toneel anno 1600 een andere rol in de samenleving had dan nu?
“Dat zal zeker meespelen. In zijn tijd was toneel behalve executies en gevechten met beren de enige vorm van vermaak. Het was echt niet zo dat mensen eerbiedig stil op hun stoeltje zaten tot het afgelopen was. Ze deden alles tijdens het kijken wat God verboden had: zuipen, eten, neuken. En alleen als ze even iets interessants meenden te horen, richtten ze zich op het spektakel op het podium. Bovendien moest hij appelleren aan een breed publiek: zowel de arme sloebers als het hof moesten een leuke tijd hebben. Dus hij moest op meerdere niveaus schrijven.”

U prees wel zijn formuleringen. Blijven die wel overeind in de gemiddelde vertaling?
“Ik denk dat het er in elk geval toegankelijker van wordt. Ik heb vaak Engelstaligen gesproken die ons veel succes wensten. Maar die tegelijkertijd zeiden dat wij ons gelukkig moesten prijzen met het feit dat de teksten in Nederland vertaald worden. Het Engels van Shakespeare is prachtig, maar anno 2012 behoorlijk moeilijk geworden om nog te volgen. En in Groot-Brittannië wordt hertalen toch als een doodszonde gezien.”

U heeft ondanks uw kanttekeningen toch een flink aantal stukken van Shakespeare op de planken gebracht: Troilus en Cressida, Hamlet, As you like it, Richard II, Macbeth. Waarom?
“Omdat het voor een regisseur een wedstrijd is. Tsjechov heeft glasheldere stukken geschreven. Maar bij Shakespeare moet je continu oplossingen bedenken: het is topsport. Hij zit je continue dwars met zijn onhandigheden en zijn wijdlopigheid. Ik heb één keer Hamlet integraal gespeeld, als afstudeerproject aan de Toneelschool in 1981. Die voorstelling duurde ruim zes uur: we begonnen om 7 uur 's avonds en waren pas diep in de nacht klaar. Dus je moet sowieso een bewerking van de tekst maken, anders is het niet om doorheen te komen.”

Wat vindt u van King Lear?
“Daar heb ik eigenlijk geen echte mening over, want het is een van zijn stukken die ik het minste ken. Het is ook een heel raar stuk, met veel te veel zijlijntjes. Want waar gáát het verhaal nou eigenlijk over? Er zitten wel een paar schitterende scenes in overigens. De beroemdste is natuurlijk de blinde man die door zijn zoon geholpen wordt om van een klif te springen.”

Heeft u zelf nog wensen om bepaalde stukken van Shakespeare op te voeren?
“Ik ben toevallig momenteel bezig met een bewerking van Macbeth voor één acteur en één actrice. Dat is een opdracht voor een gezelschap in Portugal, waar het volgend jaar gespeeld gaat worden. Ik zet het stuk totaal naar mijn hand, en dat gaat eigenlijk wel goed. Ik gebruik wel een paar teksten van Shakespeare, maar ook citaten van en referenties naar Kurt Cobain en Courtney Love. Ik las jaren geleden een boek over die twee, en zij komen heel erg in de buurt van het echtpaar Macbeth. Ze hadden ook visioenen en angstdromen, deelden drugs, dat gedoe met placenta's. Maar ook hier gaat Shakespeare dramaturgisch de mist in, want na de eerste twee bedrijven zie je die twee nooit meer samen. Ik focus mij in mijn bewerking juist op die tijd dat de Macbeths niet samen op het podium te zien zijn.” 

© Het Toneel Speelt