Interview met Ronald Klamer en Ivo van Hove

Door Eric van der Velden

Gouden tijden voor Hollandse producties
Gebrek aan internationaal repertoire door concurrentie film


Dit was het theaterseizoen van het oorspronkelijk Nederlands repertoire. Opvallend veel voorstellingen waren premières van Nederlandse schrijvers, en nog opvallender: het publiek waardeerde deze producties beter dan klassieke of moderne buitenlandse stukken.

Een graadmeter voor de smaak van het schouwburgpubliek vormen sinds jaar en dag de op enqueêtes gebaseerde nominaties voor de Toneel Publiekprijs. Voor 2008 zijn maar liefst acht van de vijftien genomineerden van puur Nederlandse makelij. Opmerkelijk: de belangstelling voor de nieuwe Nederlandse stukken Lang en Gelukkig (Ro Theater), De geschiedenis van de familie Avenier 3 & 4 (Het Toneel Speelt), Knielen op een bed violen (Bos Theaterproducties), Een goede dood (Stallis Theaterproducties) en Odysseus (De Appel) was zo groot dat er bijboekingen of prolongaties volgden. Past dit succes in de bredere trend van hernieuwde belangstelling voor het eigen culturele erfgoed? Feit is dat het overgrote deel van Nederlandse stukken ook inderdaad een typisch Nederlands onderwerp hebben. De familie Avenier volgt een Brabants middenstandsgezin vanaf de wederopbouw. De voorstellingen Knielen op een bed violen, Van Oude Mensen en Eline Vere grijpen terug op de Nederlandse (literatuur)geschiedenis. En Wuivend Graan van Wim T. Schippers houdt de herinnering aan die typische VPRO-anarchie van de jaren 60 en 70 levend. 

Ronald Klamer, directeur van het in Nederlands repertoire gespecialiseerde Het Toneel Speelt: „In een complexe, onoverzichtelijke wereld ontstaat de behoefte om je te bezinnen op je eigen plek. Maar ik denk dat de belangrijkste reden van dit succes voor Nederlands repertoire toch van meer banale aard is. Er zijn te weinig goede eigentijdse, buitenlandse stukken voorhanden. Het is zoals bij voetbal: pas als het buitenlandse talent niet beschikbaar is, krijgt de eigen kweek een kans." 

Bij de programmeurs van de schouwburgen ziet Klamer nog geen omslag: „Ik moet de blaren op mijn tong praten, wil ik voor Nederlandse stukken een enigszins acceptabele tournee bij elkaar krijgen." Dat de publieke waardering daarentegen hoog is, verbaast hem niks. „Ik roep al veertien jaar dat er niets mooiers is dan toneel uit je eigen land. Hoe goed een vertaling ook is, je blijft toch altijd een echo uit een andere cultuur of samenleving horen." Van een trots op Nederland-gevoel wil Klamer niets weten: „Jakkes! De ramen moeten wel open blijven staan!" Daarin staat hij niet alleen. Bij geen enkele van de genoemde titels komt de inhoud ook maar in de buurt van de stokpaardjes van Rita Verdonk. Integendeel zelfs, een uitgesproken nationalistische theatermaker moet nog opstaan.

Toneelgroep Amsterdam zette als enig gesubsidieerd gezelschap geen enkel Nederlands stuk op het repertoire. „Toneel is een groot deel van mijn leven," zegt directeur en regisseur Ivo van Hove, „Ik heb geen zin om me met materiaal bezig te houden dat niet goed is of dat mij niet interesseert." Het buitenlandse repertoire boeit hem vooralsnog meer, maar hij bevestigt wel de mening van Klamer: „De laatste, jonge schrijfster met een echt groot talent is de Engelse Sarah Kane. En die is al weer bijna tien jaar dood. Dat internationale kwaliteit zo schaars is, komt volgens mij omdat de Tennessee Williamsen van deze tijd worden opgeslokt door de filmindustrie. De Amerikaan Tony Kushner, van wie wij dit seizoen het uit de jaren 80 daterende Angels in America spelen, leek een enorme aanwinst voor het toneel. Tegenwoordig schrijft hij scenario's voor Steven Spielberg, al komt er wel weer een toneelstuk van hem aan. Ik ben benieuwd." Van Hove loste het probleem op met een omgekeerde beweging: filmscripts bewerken voor toneel. Maar ook hij werkt aan nieuw werk van eigen bodem. Met de Vlaamse schrijver Tom Lanoye, die hij wel internationale kwaliteit toedicht, zijn gesprekken gaande.

© Het Toneel Speelt