Over natuur niets en waanzin

King Lear gaat over twee ontaarde vaders die tegennatuurlijke beslissingen nemen. Over twee lieve, toegewijde kinderen die tegennatuurlijk worden gestraft. Over een bastaardzoon die door list en bedrog bijna de totale macht overneemt. Drie woorden komen voortdurend terug in het stuk: natuur, niets en waanzin.

Van tiran in een profeet zonder god

Gloster, de ene ontaarde vader, laat zich ompraten door zijn bastaardzoon Edmund om zijn wettige zoon Edgar te vermoorden. De aanleiding is een leugen. Het inzicht dat Gloster, gaandeweg het stuk, verwerft - nadat hij eerst op brute wijze van zijn twee ogen is beroofd - maakt dat hij niet langer wil leven. Hij probeert zelfmoord te plegen maar wordt er zonder het te weten van weerhouden door zijn wettige zoon. Hij begrijpt dat zijn tijd nog niet gekomen is. Lear, de andere ontaarde vader, wordt door twee van zijn dochters verstoten als dank omdat  zij de helft van zijn koninkrijk kregen. Hij wordt waanzinnig, krijgt het inzicht dat hij een fout leven heeft geleid en besluit zijn lot te delen met al die andere misdeelden van deze wereld. Lear verandert  van een tiran in een profeet zonder God. Tenslotte wordt hij gered door zijn meeste geliefde, maar eerder door hemzelf verstoten dochter. Het lot is niet zo ingericht dat Lear alsnog zich met haar kan verzoenen want het lot is grillig en kent geen rechtvaardigheid. Lear verliest zijn lieveling door zijn schuld en zij sterft in zijn armen. Daarvoor heeft Lear heel even maar de natuur mogen ervaren als een afgietsel van de Hof van Eden. Het paradijs waarin de mens zonder de kennis van goed en kwaad onschuldig leefde naast de wolf en het lam. King Lear speelt zich af in een wereld waarin list, bedrog, verraad en liefdeloosheid de maat van de dingen bepalen. Waarin liefde, vriendschap en trouw niets betekenen. Helemaal niets. Materieel gewin en pronkzucht zijn de zin van een zielloos bestaan geworden. En zielloos is een ander woord voor niets.

Metaforen

Shakespeare vertelt in King Lear het verhaal van mensen die de wetten van de hogere natuur niet (meer) kennen en daarom weigeren gehoor te geven aan wat deze natuur van hen vraagt. Wie zich er tegen verzet, krijgt diezelfde natuur in een andere gedaante als tegenstander. Dan toont de natuur zich oppermachtig in de vorm van storm, donder en bliksem. Shakespeare denkt over mensen en hun worsteling vanuit een mythische ruimte. Als er al sprake is van een psychologie dan wordt deze verteld in metaforen: als twee natuurkrachten strijden de geest en het lichaam met elkaar. De poëzie van Shakespeare is een weloverwogen keuze van de toneelschrijver om te ontsnappen aan een alledaagse betekenis. Lear is geen fatalistisch stuk noch een moralistisch stuk. Het ontrekt zich aan een sluitende verklaring. 
 

Ronald Klamer, juni 2012

© Het Toneel Speelt