Frits Bolkenstein

Frits Bolkestein (1933) leidde in de jaren negentig de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Daarvoor zat hij jarenlang in de Kamer en was staatssecretaris van Economische Zaken en minister van Defensie. Nadat hij Den Haag verliet, was hij vijf jaar Europees Commissaris.

 

Heeft u iets met Shakespeare?
“Shakespeare is de grootste Europese toneelschrijver. Dus het spreekt vanzelf dat ieder mens wel iets met Shakespeare heeft. Een van mijn jeugdzonden is het toneelstuk Floris, Count of Holland dat ik eind jaren zeventig onder pseudoniem schreef. Sommige mensen zeiden toen dat het wel erg veel leek op Hamlet, Prince of Denmark. Maar natuurlijk heb ik veel met Shakespeare. Ik vind het altijd aardig om Shakespeare tegenover Vondel te zetten. Wie Shakespeare leest, merkt dat hij soms zondigt tegen zijn eigen stijl. Zijn vorm van schrijven is heel afwisselend, hij springt over van de ene naar de andere dichtvorm. Maar de gedachte die achter de teksten ligt is zo krachtig, dat de inhoud door elke vorm heenbreekt. De grootsheid van Shakespeare bestaat vooral in de gedachten die in zijn toneelstukken naar voren komen. Vondel heeft daarentegen een onberispelijke vorm, daar kun je niets op aanmerken. Maar wat ik bij hem vaak mis, is toch een gedachte achter de vorm. Wat wil hij nou eigenlijk zeggen? En boeit mij dat wel? Die vraag stel ik mijzelf bij Shakespeare nooit: die blijft eindeloos boeiend.”

Heeft u King Lear gelezen of gezien?
“Ik heb hem zeker gelezen, meermaals zelfs. En ook gezien. Al durf ik niet meer te zeggen wie de hoofdrollen speelden. Ik vraag mij af of het terecht is King Lear een tragedie te noemen. Niet alle ellende is direct een tragedie. Iedereen gaat dood, dat is bij veel stukken van Shakespeare het geval. En sommigen gaan op een ellendige wijze dood. Maar maakt dat een stuk tot tragedie? Ik vind het lot van Gloucester veel tragischer dan dat van Lear. Lear heeft zijn onheil te danken aan zijn eigen naiviteit. Hij riep het over zichzelf af - hij had beter moeten weten. Hij had goed naar zijn dochters moeten luisteren, óók die ene dochter die hem bekritiseerde. Gloucester wordt in het ongeluk gestort doordat hij loyaal is aan zijn heer.”

Lear beseft pas wat hij heeft aangericht als hij afstand heeft gedaan van de macht. Is het legitiem dat een politicus pas na zijn regeerperiode tot inzicht komt? 
“Als u nu een vergelijking wilt maken met de huidige Nederlandse politiek, vind ik dat eigenlijk onzin. King Lear is een algemeen menselijk stuk. Het gaat over naiviteit, en beschaamd vertrouwen, en over bedrog, en over de verhouding tussen vader en dochter. Dat soort dingen vind je in de hele samenleving. Een parallel met de huidige Nederlandse politiek zie ik niet. Een politicus moet, net als andere mensen, niet naief zijn. En veel Nederlandse politici zijn dat wel, ja. Het politieke Nederlandse debat staat bol van de naiviteit. Maar dat is een algemeen menselijk verschijnsel.”

Een veel gebezigde term in de Nederlandse politiek tegenwoordig is 'met de kennis van nu'. Dat is wel erg gemakkelijk, toch?
“Wie een politicus aan het eind van zijn politieke carriere vraagt of hij fouten heeft gemaakt, en hij is een beetje eerlijk, dan zegt hij 'ja'. Want ieder mens maakt fouten, dus ook iedere politicus. Maar het komt niet vaak voor dat Nederlandse politici dat doen. Die zelfreflectie missen de meeste oud-collega's. Maar ook dat is niet specifiek voor de politiek: dat geldt voor alle mensen. Ik ben nu bijna 80, dan ga je toch terugkijken op je leven. En zeker als je wat ouder wordt, groeit toch de behoefte om te erkennen dat je sommige dingen misschien toch anders had moeten doen. Ook ik heb in mijn leven fouten gemaakt, zoals ieder mens. Het is helemaal niet erg om jezelf soms verwijten te maken.”

Lear worstelt er erg mee dat hij zijn identiteit altijd heel erg aan zijn macht heeft ontleend. Als hij daar afstand van doet, valt hij in een groot zwart gat. Herkent u dat?
“Ja, dat is tot op zekere hoogte wel herkenbaar. Nadat ik in de jaren tachtig staatssecretaris was geweest, ging ik gewoon weer terug naar de Kamerfractie. Toen ik afscheid nam van de Kamer, werd ik Europees Commissaris. Maar ik herinner dat andere collega's wel moeite hadden met dat zwarte gat. Sommige politici gaan ook rare dingen doen als zij dat zwarte gat zien naderen. Noem Ruud Lubbers: wat hij in de laatste zes maanden van zijn premierschap deed, komt niet overeen wat Nederland tijdens zijn regeerperiode had leren kennen. Hij zette Elco Brinkman op het zadel, maar zei vervolgens dat mensen niet op hem moesten stemmen. Dat maakte een rare indruk. Er zijn mensen die zeggen dat hij dat soort misstappen beging omdat hij het zwarte gat voor zich zag. Als je twaalf jaar als premier in internationale kringen hebt verkeert, en je ziet de leegte op je af komen, kan ik me voorstellen dat je daar niet goed raad mee weet. Je ziet dat ook met mensen die met pensioen gaan trouwens. Een leven zonder werk is een heel ander leven dan mét werk. Daarom ben ik zelf altijd bezig gebleven, ook toen ik afscheid nam als Europees Commissaris. Toen ben ik een boek gaan schrijven.”

U heeft meer dan twintig jaar in politieke kringen verkeerd. Mist u de politiek?

“Nee, absoluut niet. Omdat ik ook wel zin had om andere dingen te doen. Actief deelnemen aan de politiek heeft ook belangrijke nadelen. Je bent als publiek figuur veel vrijheid kwijt. Je kunt niet bekend worden zonder bekend te worden.”

Wat doet het met een mens om zo lang in de spotlights van de macht te staan?
“Er wordt wel eens gezegd: het zijn sterke benen die de weelde van de macht kunnen dragen. En soms zijn benen niet sterk genoeg. Macht doet iets met een mens. Macht corrumpeert, zoals elke historicus u kan vertellen. Je went aan bepaalde privileges, aan bepaalde verworvenheden, aan bepaalde luxe. Het is lastig om daar op een gegeven moment ook weer afscheid van te nemen. In Lear is dat tot in het extreme doorgevoerd: hij leefde in een soort make-believe wereld die door zijn dochters werd doorgeprikt.”

Hoe hebt u weten te voorkomen dat u niet bent bezweken onder die weelde?
“In de Nederlandse politiek zorgt de oppositie daar wel voor. Of de journalistiek. Of je eigen fractie. Die houden je met beide benen op de grond. In een parlementaire democratie moet je als politicus voor elke stap die je maakt verantwoording afleggen. En je leert wennen aan het feit dat niet alles lukt. Lear daarentegen was totaal niet gewend aan enige vorm van tegenstand of kritiek. Dat is niet vergelijkbaar.”

© Het Toneel Speelt