Joost van den Vondel is de allergrootste schrijver die wij hebben.
De Grieken hebben Homerus, de Italianen Vergilius, wij hebben Vondel. Hij schreef Gijsbrecht van Amstel voor de opening van de stenen Stadsschouwburg aan de Keizersgracht. Dat was de allereerste in Europa. Een geweldige theater en Vondel bedacht er een nieuw Nederlands woord voor: SCHOUWBURG. Dat woord bestond helemaal niet .Wist u trouwens dat Vondel heel veel woorden heeft bedacht en dat hij een van de grondleggers is van het Nederlands zoals wij dat nu spreken. Vondel is een taalvirtuoos en omdat hij zo beeldend schrijft, lijkt het soms net of je naar een film zit te kijken.
De ondergang van Amsterdam
De Gijsbrecht (1639) speelt in de Middeleeuwen en gaat over de ondergang van Amsterdam. De stad wordt geplunderd, platgebrand en van de aardbodem weggevaagd. En dat gebeurt na een belegering van een jaar. Alles wat heilig is wordt kapotgemaakt. Nonnen worden verkracht, de bisschop op het altaar afgeslacht.
Mythe
De dominees begrepen Vondels Gijsbrecht niet. Of wilden het niet begrijpen - ze protesteerden tegen al dat roomse gedoe - en daarom mocht het niet op kerstavond in première gaan. Uiteindelijk mocht het na een paar kleine ingrepen alsnog gespeeld worden. De toeschouwers van toen en al die eeuwen erna hebben het stuk meteen in hun hart gesloten. Zij keken naar de vernietiging van hun stad door een stelletje barbaren. Maar zij herkenden in het stuk het verhaal van het oude Troje. Het reusachtige paard waarmee de Grieken de stad binnendringen is vervangen door een platte schuit, maar de truc is dezelfde. En zij wisten dat uit de vernietiging van Troje het machtige Rome is ontstaan. En welke stad was rijker, mooier en welvarender dan het Amsterdam van die tijd, ook wel de Gouden Eeuw genoemd. Vondel had met de Gijsbrecht de stad een mythe gegeven en daarmee kon het wedijveren met Rome, de bakermat van de Europese beschaving. Amsterdam kreeg in een klap een geschiedenis om apetrots op te zijn.
De Gijsbrecht gaat over liefde, hartstocht en trouw.
Als Gijsbrecht een held is, dan is zijn vrouw Badeloch dat helemaal. En wat schrijft Vondel ontroerend over die liefde, niet alleen tussen man en vrouw maar ook tussen broers. Want de Gijsbrecht is ook een hartstochtelijk stuk over de liefde van een man voor zijn stad, van een vrouw voor haar man, van een schrijver voor het toneel.
Credits
Mark Rietman - Gijsbrecht Carine Crutzen - Badeloch Daan Schuurmans - Arend Paul Hoes - Willibord en Gozewijn Bart Klever - Vosmeer Marisa van Eyle - reien en bode Fockeline Ouwerkerk Reinout Scholten van Aschat Leander de Rooij
Jaap Spijkers - regie Guus van Geffen - decor Bernadette Corstens - kostuums Stefan Dijkman - licht Willem Jan Otten - reien Laurens Spoor en Ronald Klamer - dramaturgie
Première 1 januari 2012 in de Stadsschouwburg Amsterdam
Carine Crutzen over Badeloch
Jaap Spijkers over zijn liefde voor Gijsbrecht
























