Over natuur, niets en waanzin in King Lear

vrijdag 10 juni 2011

‘Natuur, u bent mijn godin. Aan uw wet blijf ik gehoorzaam’, zo begint de openingsmonoloog van Edmund. Later in het eerste bedrijf begint Lear zijn vervloeking van Goneril met de woorden ‘Hoor, natuur, hoor, goede godin, hoor’. Al snel krijgt de toeschouwer door dat ze allebei iets anders bedoelen als ze het over de natuur hebben.

 

Het universum

In Shakespeares tijd was het universum een hierarchisch bouwwerk waarin het goede ergens boven zetelde en het slechte helemaal onderaan te vinden was. Het gebouw bestond uit vier niveaus. De kosmos zetelde op de bovenste verdieping en daar woonde God in de hemel. De zon en de maan waren zijn natuursymbolen. God maakte een huis voor de mensen in de hof van Eden, dat terug te vinden was op de eerste verdieping. Adam en Eva werden daaruit verdreven en de eerste mensen kwamen terecht op de begane grond en waren voor de rest van hun leven ontheemd. Het vierde niveau is de natuur waar Edmund zich thuis voelt. Zijn godin heeft haar woning in de kelder van het universum. Daar is de duivel de baas en overheersen de destructieve krachten. Lear op zijn beurt appelleert aan een natuur waarin liefde, gehoorzaamheid, autoriteit, loyaliteit natuurlijk zijn. Hij verwijt Goneril dat zij haar vader onmenselijk (lees: onnatuurlijk) behandelt.

In de wereld van Lear is geen sprake van een aanwezige God. We bevinden ons in een voor-christelijke tijd. Als Kent zich verzet tegen de krankzinnige beslissing van zijn koning, zegt Lear ‘Nu bij Apollo’ – en dan antwoordt Kent:
‘Niets Apollo, koning,
vergeefs roep jij daarmee je goden aan.’
Pal daarop noemt Lear hem een ketter, een ongelovige. Dat is wel geestig omdat dat opeens weer verwijst naar de heftige godsdienststrijd die in de tijd van Shakespeare in de christelijke wereld werd uitgevochten.

Natuur, niets en waanzin

King Lear gaat over twee ontaarde vaders die tegennatuurlijke beslissingen nemen. Over twee natuurlijke kinderen die, omdat zij hun natuur volgen, tegennatuurlijk worden gestraft. Over een bastaardzoon die door list en bedrog bijna de totale macht overneemt. Drie woorden komen voortdurend terug in het stuk: natuur, niets en waanzin.

Gloster, de ene ontaarde vader, laat zich ompraten door zijn bastaardzoon om zijn wettige zoon te vermoorden. De aanleiding is een leugen. Het inzicht dat Gloster gaandeweg het stuk verwerft - nadat hij eerst op brute wijze van zijn twee ogen is beroofd - is dat hij niet langer wil leven. Hij probeert zelfmoord te plegen maar wordt zonder het te weten hiervan weerhouden door zijn wettige zoon. Hij begrijpt dat zijn tijd nog niet gekomen is. Lear, de andere ontaarde vader, wordt door twee van zijn dochters verstoten als dank voor de helft van zijn koninkrijk. Hij wordt waanzinnig, krijgt het inzicht dat hij een fout leven heeft geleid en besluit zijn lot te delen met al die andere misdeelden van deze wereld. Van een tiran verandert Lear in een profeet zonder God. Tenslotte wordt hij gered door zijn verstoten dochter. Het lot is niet zo ingericht dat Lear alsnog zich met haar kan verzoenen en aldus zijn grote schuld kan inlossen. Het lot is grillig en kent geen eerlijkheid of rechtvaardigheid. Lear verliest zijn liefste dochter en zij sterft in zijn armen. Daarvoor heeft Lear heel even maar de natuur mogen ervaren als een afgietsel van de Hof van Eden. Het paradijs waarin de mens zonder de kennis van goed en kwaad onschuldig leefde naast de wolf en het lam. De hel dat is het stuk omdat King Lear zich afspeelt in een wereld waarin list, bedrog, verraad en liefdeloosheid de maat van de dingen bepalen. Waarin liefde, vriendschap en trouw niets betekenen. Helemaal niets. Materieel gewin en pronkzucht is de zin van een zielloos bestaan geworden. En zielloos is een ander woord voor niets.
En wie zijn er niet gek? Dat zijn Goneril, Regan en Edmund die leven op het laagste niveau waar duivels en demonen de baas zijn.

Metaforen

Shakespeare vertelt in King Lear het verhaal van mensen die de wetten van de hogere natuur niet (meer) kennen en daarom weigeren gehoor te geven aan wat deze natuur van hen vraagt. Wie zich tegen deze natuur verzet krijgt diezelfde natuur in een andere gedaante als tegenstander. Dan toont de natuur zich oppermachtig in de vorm van storm, bliksem en en andere vormen van natuurgeweld. Shakespeare denkt over mensen en hun worsteling vanuit een mythische ruimte. Als er al sprake is van een psychologie dan wordt deze verteld in metaforen: de geest en het lichaam strijden met elkaar als twee natuurkrachten. De poëzie van Shakespeare is een weloverwogen keuze van de toneelschrijver om te ontsnappen aan een alledaagse betekenis. Lear is geen fatalistisch stuk en ook geen moralistisch stuk. Het ontrekt zich aan een sluitende verklaring. Shakespeare vertelt in King Lear wat het leven van mensen is.

Ronald Klamer, juni 201  

Nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

aanmelden


Het Toneel Speelt

Social media
adres

Telefoon: 020 620 8804
Meer contactgegevens
Voorstellingen
Pers
Colofon
© 2010 Het Toneel Speelt

Ontwerp en realisatie
Stijlbende & Peppered