Verschillen in vertalen
Verschillen in vertalen
Zowel Shakespeare als de vertaler is met zijn taal verankerd in eigen tijd en plaats. In het geval van King Lear zit er tussen de brontekst en een hedendaagse vertaling een kloof van 400 jaar. Deze afstand zorgt ervoor dat een vertaling nooit een precies equivalent van de brontekst kan zijn. Pessimistisch gezien is vertalen dus eigenlijk onmogelijk. Hoe kan een vertaler immers alle Elizabethaanse toespelingen, dubbele betekenissen en slinkse verwijzingen omzetten in begrijpelijk Nederlands - zonder de eigenheid van Shakespeares taal te verliezen?
De vertaler kan het origineel wel zo veel en zo goed mogelijk omzetten tot een nieuwe tekst, die niet gelijk is aan de brontekst, maar deze in een andere taal vertegenwoordigt. In dit proces moet de vertaler steeds kiezen voor een bepaalde betekenis, om die vervolgens onder woorden te brengen in zijn eigen taal. Dat maakt vertalen voor een belangrijk deel interpreteren – en daarom zijn er zoveel verschillen tussen de vele Nederlandse Shakespearevertalingen.
Laten we die verschillen eens nader bekijken aan de hand van de monoloog van Edmond, in de tweede scène van het eerste bedrijf. Het publiek heeft al gehoord dat Edmond een buitenechtelijk kind van Gloster is: een onwettige bastaard. Volgens de wetten van die tijd heeft een bastaardzoon geen enkel recht op een deel van de erfenis. Bij het overlijden van Gloster zal al zijn bezit naar Edgar gaan, de oudste en wettige zoon. Edmond vindt dit onrechtvaardig:
Thou, Nature, art my goddess; to thy law
My services are bound. Wherefore should I
Stand in the plague of custom, and permit
The curiosity of nations to deprive me?
For that I am some twelve or fourteen moonshines
Lag of a brother? Why bastard? Wherefore base?
[…] Why brand they us
With base? With baseness, bastardy? Base, base?
Who in the lusty stealth of nature take
More composition and fierce quality
Than doth within a dull stale tired bed
Go to the creating of a whole tribe of fops
Got ‘tween a sleep and wake.
(I.2.1-6, 9-15)
Natuur, gij, mijn godinne, ’t is uw wet,
Die ik gehoorzaam. Waarom zou’k den vloek
Van de oude sleur verdragen, en het dulden,
Dat volksoordeel mij onterft, omdat
Mijn broeder twaalf of veertien maneschijnen
Mij voorkwam? Waarom basterd? Wat onecht?
[…] Wáárom brandmerkt
Men ons als bankerts? als onecht? onecht?
Ons, die door stouten diefstal aan natuur
Meer pit, meer kracht, meer vuur ontleenden dan
Ooit in het matte, trage, lust’loos bed
Verbruikt wordt voor een ganschen troep onnooz’len,
Half wakend, half in slaap verwekt?
(Burgersdijk)
De vertaling van Dr. L.A.J. Burgersdijk (1828-1900) vormt nog steeds de maatstaf voor Nederlandse Shakespearevertalers, omdat de tekst inhoudelijk en in versvorm getrouw is aan het origineel. De biologieleraar en literaire autodidact Burgersdijk vertaalde tussen het lesgeven door in een recordtempo van elf jaar Shakespeares gehele oeuvre. In tegenstelling tot zijn voorgangers vond hij de speelbaarheid van zijn vertaling belangrijk: zijn tekst was bedoeld om opgevoerd te worden. Dat zie je aan het behoud van de lengte en het metrum van de versregel met zijn vijfvoetige jambes (/Natuur,/gij, mijn/ godin/ne, ’t is/ uw wet/). Maar hij was ook gebonden aan de normen van de negentiende eeuw. Zijn taal is deftig, netjes - en dat strijkt de soms rauwe, schunnige taal van Shakespeare glad. Het scheldwoord ‘fops’ wordt ‘onnooz’len’, die worden ‘verwekt’ in het ‘matte, trage, lust’loos bed’.
Honderd jaar later had Gerrit Komrij (1944) geen verplichting meer tot gladstrijken. In de vertaling die hij in 1990 maakte voor Toneelgroep Amsterdam neemt hij geen blad voor de mond: Edmond en de zijnen die als onecht gebrandmerkt worden, zijn
‘Die in een steelse wellust der natuur 
Een sterker mengsel en meer vuur meekrijgen
Dan in een schraal, duf bed wordt gespendeerd
Aan ’t fokken van een volksstam idioten,
Verwekt in halve dommel?
(Komrij)
‘Steelse wellust’ is duidelijk een stuk minder preuts dan Burgersdijk verbloemende ‘stouten diefstal der natuur’. Laat staan het ‘fokken van een volksstam idioten’! Komrij kiest voor informele spreektaal, die bovendien lekker bekt. Dat is het resultaat van dichterlijke vrijheid, die echter ook ten koste gaat van feitelijke nauwkeurigheid. Zijn vertaling van de laatste regel met een ‘halve dommel’ is bijvoorbeeld wel een erg vrije interpretatie.
De meest recente Nederlandse vertaling van King Lear is van Frank Albers, gemaakt voor een opvoering van Het Nationale Toneel in 2001. Hoewel Albers geen dichter is, maar academicus in de literatuurwetenschap, toont zijn vertaling veel gevoel voor klank en ritme. Anders dan Komrij heeft hij wel metrisch vertaald en uit zijn woordkeus blijkt een voorkeur voor klankrijm. Let op de o’s in de laatste regels:
‘Wij die door lust in het geheim verwekt zijn,.jpg)
zijn van nature sterker en gezonder
dan zij die komen uit een muf, duf bed -
al die malloten, achteloos ontsproten
aan suffe kloten.’
(Albers)
Het klankrijm met de ‘o’ bood Albers de mogelijkheid voor een nog schunnigere optie dan Komrij, die bovendien erg humoristisch werkt. Daarnaast heeft Albers ook een duidelijke voorkeur voor helderheid boven nauwkeurigheid. Hij benoemt expliciet dat het verwekken ‘in het geheim’ gebeurt en vereenvoudigt daarmee de complexe beeldspraak met natuur. Vereenvouden betekent ook schrappen: Shakespeares versregel over de staat tussen waken en slapen is bij Albers gereduceerd tot het enkele woord ‘suffe’. Dat is niet getrouw, maar wel een leuke vondst: suf zegt niet alleen iets over de staat van wakkerheid, maar benadrukt ook nog eens het saaie huwelijksbed: muf, duf én suf!
Uit deze korte steekproef lijkt het dat de vertalers steeds meer vrijheid hebben genomen. Er wordt steeds minder nauwkeurig de brontekst gevolgd, maar gekozen voor een vrijere interpretatie die de betekenis duidelijk overbrengt. Dat gaat soms wel ten koste van Shakespeares beeldspraak en woordspel. De vertaalstrategie is dus steeds minder gericht op de brontekst, en meer op de doeltaal: het alledaags Nederlands. Zo wordt de tekst als het ware naar het publiek toegebracht. Horen wij in de schouwburg dan nog steeds verzen van Shakespeare? Ja en nee: het is nooit precies zijn taalkunst, maar wel een zo goed mogelijke interpretatie in mooie, levendige taal.
Verder lezen
Leek R.H. (1988). Shakespeare in Nederland. Kroniek van vier eeuwen Shakespeare in Nederlandse vertalingen en op het Nederlands toneel. Zutphen: De Walburg Pers.
Shakespeare, W. (1884-1888). De werken van William Shakespeare. Vertaling L.A.J. Burgersdijk. Leiden: Brill.
Shakespeare, W. (1990). King Lear. Vertaling Gerrit Komrij. Amsterdam: IT&FB/Toneelgroep Amsterdam.
Shakespeare, W. (2001). Koning Lear. Vertaling Frank Albers. Amsterdam: Atlas.
