King Lear en het mysterie der dingen
Door Peter Liefhebber
Over geen enkele schrijver is méér geschreven dan over Shakespeare. Bibliotheken vol, letterlijk. Tegelijk is over weinig schrijvers zoveel onduidelijk. Dat hij een formidabele kunstenaar was, ja, daarover zijn we het wel eens. Maar verder?
De vragen tuimelen over elkaar heen.
Om er eentje te noemen: had Shakespeare een vastomlijnde levensbeschouwing?
Was hij protestant, atheïst, pantheïst, of katholiek? Of geen van alle of van alles wat?
EVOLUTIE VAN BEWUSTZIJN
Ik beweer dat hij er inderdaad een samenhangend wereldbeeld op nahield.
Kortste samenvatting: Shakespeare beschreef de ontbrekende helft van de evolutietheorie van natuuronderzoeker Charles Darwin. Die had het over de evolutie van de fysieke soorten. Shakespeare, eeuwen eerder, over de evolutie van bewustzijn. Anders dan moderne cultuurpessimisten, ging Shakespeare er vanuit dat het de goede kant opgaat met de menselijke soort. Hij schilderde een proces dat voert van de primitieve kuddemens, via het egocentrische individu naar een onzelfzuchtig, groepsbewust mens.
OERTRADITIE
De ongewone ideeën die hij daarover had, kwamen niet uit zijn eigen koker: ze wortelden in de Griekse en Egyptische oudheid, waar Shakespeares tijd (de Renaissance – ‘wedergeboorte’) naar teruggreep.
Shakespeare past hiermee in een oertraditie, waarin ook andere grote denkers en kunstenaars als Pythagoras, Plato, Vergilius, Dante en Mozart thuishoren. Bij nadere inspectie is trouwens ook de kaskrakende film De Matrix in hetzelfde sop gewassen. Dit is, ik geef het graag toe, geen algemeen aanvaarde of zelfs maar bekende theorie. Waar die precies terug te vinden is bij William Shakespeare?
Zo ongeveer in elk van zijn stukken.
Maar dan wel verpakt in de versluierende beeldtaal die eigen is aan deze denkwijze.
Shakespeare heeft het over leven en dood, over sterven en geboren worden, over slapen, waken en dromen, over blinden en zienden. Dat doet hij even virtuoos als verwarrend: omdat hij onopzichtig goochelt met dubbele en driedubbele bodems, staat er meestal niet wat er staat. Vooral niet als het in zijn stukken gruwzaam stormt, zoals bijvoorbeeld in King Lear.
WERELD VAN GEHEIMEN
Zonder de sleutel tot deze taal dwaal je rond in een doolhof. “Vreemder doolhof betrad geen mens,” zegt iemand in Shakespeares laatste stuk, De Storm.
Zo is het maar net. De 14e-eeuwse Italiaanse dichter Dante beschreef in zijn Goddelijke Komedie een reis langs hel, vagevuur en hemel – maar waarschuwde zelf dat hij daar iets heel anders mee bedoelde, en noemde het “de wereld der geheimen”.
King Lear speelt zich af in diezelfde mythische, geheimvolle wereld. “We nemen het mysterie der dingen op als waren we spionnen van God,” mijmert de koning in de adembenemende laatste scène van deze grootse tragedie.
Ten slotte is de storm in Lears oude hoofd verstild en ziet hij iets dat niemand anders ziet. Tja, rare dingen zegt Lear daar. Hij is dan ook, onder de mokerslagen van het lot, een seniele waanzinnige geworden. Is? Of lijkt? Wat is wijsheid, wat dwaasheid “in een nacht die wijzen noch narren ontziet”?
JUNI 2012
