Job Cohen

Job Cohen (1947) is een van de bekendste PvdA-politici geweest. Hij was hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit Maastricht, voordat hij koos voor de landelijke politiek. Tussen 2001 en 2010 was Cohen burgemeester van Amsterdam.

Wat maakt Shakespeare in uw ogen zo bijzonder dat we na vier eeuwen nog steeds zoveel van zijn werk opvoeren?
“Omdat wat hij toen heeft geschreven niet aan zeggenschap heeft ingeboet. De maatschappij is de afgelopen eeuwen enorm veranderd. Maar we kunnen ons nog steeds heel goed identificeren met zijn personages en hun daden, vaak gedreven door liefde of machtswellust. Het is bijzonder dat zijn teksten na zo'n lange tijd toch nog zo herkenbaar zijn voor het moderne publiek.”

King Lear worstelt ermee dat hij zijn macht kwijtraakt, en daarmee voor zijn gevoel ook zijn identiteit. U nam na pakweg twintig jaar in de spotlights eerder dit jaar afscheid van de landelijke politiek. Is dat gevoel voor u herkenbaar?
“Ik herken het wel, maar eerlijk gezegd en gelukkig maar, nauwelijks bij mijzelf. Maar anderen die ik heb gekend, konden dat verschil soms minder goed onderscheiden. Die haddden echt het idee dat zij hun gezag en autoriteit ontleenden aan hun persoon, en niet aan hun functie. Daar kwamen zij pas achter op het moment dat zij weer afscheid namen van de hoge functie die zij jarenlang hadden bekleed. Juist doordat ik heb gezien dat dat in een aantal gevallen gebeurde, heb ik mij gerealiseerd dat ik niet in die valkuil moest vallen als het moment voor mij daar was.”

Kan je je wapenen tegen dat soort valkuilen dan?
“Dat is lastig. Ik heb verschillende hoge functies bekleed: rector magnificus, staatssecretaris, burgemeester, fractievoorzitter. En elke keer als iemand jou benadert, moet je je afvragen: wat is zijn of haar agenda? Waarom benadert diegene jou? Meestal willen mensen namelijk iets van je. Je moet je er van bewust zijn dat veel mensen likken naar boven en trappen naar beneden. Maar dat likken is vaak moeilijk te herkennen en het trappen zie je vaak niet vanaf de top. Dus moet je toch proberen daar een bepaald instinct voor te ontwikkelen. Of je moet je omringen met mensen die dat soort dingen wel in de gaten hebben en je er opmerkzaam op maken.”

U werd zeker toen u fractieleider was in de Tweede Kamer soms verweten dat u te fatsoenlijk was voor het harde politieke spel.
“Ik heb daar altijd op gezegd dat ik me niet kan voorstellen dat je ergens té fatsoenlijk voor kan zijn. Ik heb toen ik terugtrad ook heel veel reacties gehad van mensen die er echt de pest in hadden dat ik dat deed. Zij vonden juist dat ik iets vertegenwoordigde dat zij verder niet in de Kamer zagen en waar zij wel heel veel waarde aan hechtten.”

U heeft pakweg twintig jaar verschillende hoge posities bekleed. Hoe heeft dat u als mens veranderd?
“ Ik ben in 1993 een jaar staatssecretaris geweest - daarna keerde ik terug naar Maastricht. In het jaar dat ik in het kabinet zat, werd alles voor mij geregeld: ik werd gereden, en merkte ik, ik pinde nooit meer geld. Toen ik na een jaar weer terugging naar Maastricht, wist ik mijn pincode niet meer en ik wist niet meer hoe laat mijn trein kwam of vertrok. En toen we met vakantie gingen, zat ik onmiddellijk op de verkeerde weg, omdat ik niet goed oplette, want dat had ik een jaar lang niet gedaan in mijn auto met chauffeur. De laatste keer dat ik de trein nam, moest je aan het loket nog een papieren kaartje kopen: nu moet ik wennen aan de ov-chipkaart. Het is eigenlijk treurig dat je in zulke posities totaal vervreemdt van dat soort gewone dagelijkse dingen.”

Bent u in een groot zwart gat gevallen na uw afscheid van de landelijke politiek?
“Totaal niet. Dat zwarte gat ben ik nog steeds aan het zoeken. Ik kijk rustig om mij heen wat ik nu ga doen. Eigenlijk wil ik nog uitsluitend dingen doen waar ik plezier aan beleef en die ik nuttig vind.”

Vallen toneel en cultuur onder die definitie?
“Absoluut. We zijn de afgelopen 100 jaar zoveel rijker geworden, en dat biedt ons zoveel meer tijd om te genieten van de mooie dingen in het leven. En cultuur is wat mij betreft een van de belangrijkste. Bovendien vind ik het van groot belang dat een samenleving een spiegel wordt voorgehouden, zodat mensen tot nieuwe inzichten kunnen komen of reflectie. Ik heb altijd grote bewondering voor kunstenaars die dat in elk geval bij mij weten te bewerkstelligen.”
 

Nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

aanmelden


Het Toneel Speelt

Social media
adres

Telefoon: 020 620 8804
Meer contactgegevens
Voorstellingen
Pers
Colofon
© 2010 Het Toneel Speelt

Ontwerp en realisatie
Stijlbende & Peppered