Hoe de Hoop een wereldsucces werd

Heijermans kende het vissersleven uit zijn tijd in Wijk aan Zee. Hij had er elke morgen op zijn beurt gewacht bij de barbier naast de kerk, zijn scheergerei op schoot, een krant bij de hand. Hij was van buiten, uit de stad, dus aanspraak had hij mogelijk maar weinig, maar geen mens weerhield hem als hij luisterde en af en toe een woord noteerde op zijn krant of zijn manchet. Hij leerde wat een reepschieter deed en hoe een schornet werkte, waar een visser aan de wal zijn tijd mee sleet en hoe die naar het water keek. Hij hoorde na een noodweer van een man die was gevonden bij het aangespoelde hout, de mond vol wier, de tong gezwollen en kapot, de afdruk van de kiezen er nog in. Hij zag de schulpenkar die het lijk naar een hok bij de kerk bracht, waar het op de zan¬derige vloer kon blijven liggen. Hij keek naar het volk, gewaarschuwd door een telegram aan alle dorpen langs de kust, dat helemaal uit Vlaardingen of Katwijk aan kwam lopen om te kijken of het hun vermiste was. Hij volgde hoe de man als onbekende werd begraven in het hoekje van de niet-betalers en pas later weer een naam kreeg, achterhaald aan de hand van initialen op zijn boezeroen. Hij grifte het allemaal in zijn geheugen, de mannen en de vrouwen, de woorden van gelatenheid en de berichten, de berichten die wat hem betrof om opstand vroegen.Hij bewaarde een knipsel uit het begin van 1898: Uit Scheveningen wordt gemeld dat de bemanning van de met man en muis vergane bom bestond uit 7 man, behalve den schipper Maarten Mos, een 30-¬jarigen, gehuwd man. Onder de bemanning waren ook twee zijner broers, van wie een, een 20-jarige, pas 14 dagen geleden was gehuwd. De vissers spoelen aan, of niet eens - en de reder strijkt zijn assurantie op.


Schrijven
In zijn brieven is geen woord te vinden over boeken die hij las of schrijvers die hem op ideeën brachten, en hij was gewoon de spo¬ren van zijn voorwerk uit te wissen. Kladversies schreef hij zelden of nooit, notities gooide hij weer weg en praten over arbeid die hij onder handen had vond hij niet goed, dat nam 'de zegen' er maar af. (Met schrijven was het als met eieren, zei hij. Vers waren ze heerlijk, maar bebroed gingen ze rieken.) De voltooide manuscripten laten evenmin veel los. Doorhalingen zijn schaars, toevoegingen nog schaarser, vegen of moppen inkt al haast ondenkbaar. Elke regel is geschreven in een kalme klerkenhand, geen spoor van het geploeter dat de meeste schrij¬vers door de dagen haalt.
Schrijven was een ambacht, vond hij, en een ambacht vroeg een scho¬ne werkvloer. Ook al liep hij zelf vaak rond in sjamberloek en sloffen, ongeschoren, met een stomp sigaar tussen de lippen, gele aanslag aan de vingers, op zijn werktafel was orde. Niets lag scheef. Vanaf de verre hoek, vanuit een lijstje met het onderschrift Nulla dies sine linea, 'Geen dag zonder een zin te schrijven', een devies van Victor Hugo waar hij aan hechtte, keek Marie geduldig toe. Naast een mandje met papieren lagen potloden en langs de bovenrand van het vloeiblad stonden kleine souvenirs, die hij voor hij aan het werk ging altijd even door de handen liet gaan. Hij kon wel een kwartier in de weer zijn om de spullen weer te schikken, recht, symmetrisch, juist. (En wee de hand die iets verzette, hij zag het.)"' Schrijven was naar zijn ervaring eerst en vooral een zaak van liggen op een bank, de voeten richting kachel en sigaren bij de hand. Tegen de zoldering kon hij zijn personages projecteren, kon hij zien, en daar moet ook Op Hoop van Zegen dus ontstaan zijn: tegen een plafond aan de Amsterdamse Ringkade.


Nou wordt het een succes
Op 15 oktober 1900, naar zijn eigen datering, zette hij de pen op het papier. Marie zal wel op kousevoeten door de kamers zijn gegaan, want als hij werkte moest het stil zijn, onverbiddelijk stil. Ze klotste op die uren niet met emmers, ze bestelde haar visite op een ander uur en nam de krant voorzichtig op, want niets verbrak zijn concentratie zo als net dat ras¬pende, dat lispelende kraken van papier. Alleen wanneer de stilte als een deken over hem heen lag ging het rijk van de verbeelding voor hem open.
Volgens contract zou Heijermans zijn stuk op 25 november uiterlijk inleveren. Hoe het er die dag mee stond is niet bekend, maar het ergste valt te vrezen. De week daarvoor vond hij de tijd nog voor zijn Falklandje, maar op de vijfentwintigste wachtte de krant zowel als het gezelschap vergeefs, en de week daarop was het nog altijd stil. Op 5 december pas kreeg de Tooneelvereeniging een handschrift van wat nu voluit Op Hoop van Zegen. Spel van de zee in vier bedrijven heette. Dat was te zeggen, het kreeg drie bedrijven, het vierde zat nog in de pen." Het handschrift werd gekopieerd en de repetities begonnen, slot of geen slot. Zondag 16 december, Falkland was een dag tevoren ook weer boven water, kwam Heijermans met dat laatste bedrijf. Acht dagen voor de première, zes voor de generale.
Op de dag des oordeels, maandag, zat hij in zijn kamer aan de thee met Marie en hoorde in de tuin, naar haar herinnering, een klik. Een droge klik. Hij schrok. Het tuintje grensde aan een sloot vol ratten. De beesten nestelden zich in de keuken en vraten het voer uit het kippen¬hok, dus laatst had hij een val gekocht, waar inderdaad nu elke ochtend een rat in zat. Die klik was een vangst, dat kon niet missen. Maar waarom op dit uur, eind van de middag, dat gebeurde anders nooit.
'Twee uur voor de voorstelling!' zei hij klaaglijk, 'dat belooft niet veel goeds. [...] Ik kan je niet zeggen, hoe beroerd ik dat vind... en juist van¬daag bij de première! Je zult zien dat het een sof wordt! Dat ligt er dik bovenop!'
Schoenen op tafel gaf ruzie, een gevlekt paard op straat was veine, een rat in de val was tegenspoed - de tekens waren overal, hij zag ze naar het schijnt wel meer. Marie vertelt dat hij haar nu en dan ook vroeg de kaart voor hem te leggen (anders dan in Kamertjeszonde, waar Spier zich vro¬lijk maakt als Georgine voor zichzelf de kaart legt). Ze bezat een gave voor het helderziende, had ze vaak gemerkt, ze voelde het als iemand loog, ze wist soms zomaar wat er straks zou gaan gebeuren, en hij hecht¬te aan haar woord.
Ook zij schrok van de klik, dus hij besloot de kou in te gaan om te kijken. Even later hoorde ze hem roepen. Ze liep zo snel ze kon het sou¬terrain door, de tuin in, en trof hem juichend bij de val. Het was geen rat, het was een vogeltje! Twee vogeltjes! 'Nou kan me niks meer gebeuren, [...] dat is aardig... dat is een teeken van God... Nou wordt het een succes!’


Reacties op de première
‘Mij ontsnapte geen woord, geen gebaar en ik doorleefde alles zó intens, dat ik om zo te zeggen vergat in de schouwburg te zijn.' Louis de Visser, een socialist die zelf nog een blauwe maandag op de haringvangst geweest was, onderging het drama volgens zijn memoires als een openbaring. 'Ik zag de sociale misère, ik zag de gevaren aan het vissersbedrijf verbonden, honderdmaal scherper en juister dan toen ze me zelf bedreigden. [...] Dit was leven, dit was immers de werkelijkheid zelf.'
Werkelijkheid, dat werd ook in de pers het steekwoord. Zo volkomen werkelijk was dit toneel, Het Vaderland werd er amechtig van. 'Als een benauwing, zoo was het meermalen. Een toegeschroefd worden van de keel. Het wicht van een obsessie. Het bijna geheel verloren gaan van het besef in den schouwburg te zijn. Het meeleven met de menschen daar aan de andere zij van het voetlicht, ze herkennende als honderden malen gezien op het strand.'
Wie de socialistische gezindheid van de schrijver niet al deelde voor hij Op Hoop van Zegen zag, zo meende Lodewijk van Deyssel, zou deze achteraf ook niet ontdekken. Geert mocht dan wel omwentelingsgezinde bedoelingen hebben, het toneelstuk gaf hem geen gelijk. 'Integendeel, het tooneelstuk geeft den indruk, dat het Leven onvermijdelijk is zoo als het is en hier wordt voorgehouden, en dat om verandering te hebben, het Leven zelf zou moeten ophouden.' Het stuk gaf helemaal geen socialisme, het gaf werkelijkheid en deswegen kunst. Uitmuntende kunst.

uit: Hans Goedkoop, Geluk – Het leven van Herman Heijermans, Amsterdam Uitgeverij de Arbeiderspers, 1996.

 

Nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

aanmelden

Ook interessant



Het Toneel Speelt

Social media
adres

Telefoon: 020-6269550
Meer contactgegevens
Voorstellingen
Pers
Colofon
© 2010 Het Toneel Speelt

Ontwerp en realisatie
Stijlbende & Peppered